faq

Ja. Het is mijn stellige overtuiging dat iedereen kan schrijven. Iedereen heeft een natuurlijke schrijversstem. Die (terug)vinden betekent meestal het wegnemen van obstakels. Vastlopen in schrijven heeft te maken met hordes die in je hoofd zitten, niet met de kwaliteit van de tekst die je produceert. Er zijn zoveel wegen naar Rome. Het gaat erom de weg te vinden waar jij fijn op loopt.

In mijn ervaring zijn mensen die dyslectisch zijn, of die zichzelf slechte schrijvers vinden, vaak uitstekende schrijvers. Omdat ze heel bewust bezig zijn met wat ze doen, en methodes ontwikkeld hebben om om te gaan met hun ‘handicap’.

Ja. Ik heb de afgelopen jaren verlegen en faalangstige studenten geholpen om hun verplichte presentaties te tackelen. Ik heb veel geleerd van hun creatieve oplossingen, en ben ervan overtuigd geraakt dat iedereen een comfort zone kan vinden voor een presentatie/optreden. Zie ook het antwoord op de vorige vraag.

Jaaaa, daag me uit! The sky is the limit. Als je tevreden bent met je stijl, kan ik je helpen om hem op te poetsen tot ‘ie glanst. Dat zit hem soms in het teruggaan naar de basis, soms in de verfijning van techniek. En als je in bent voor een avontuur, laat ik je graag op een totaal andere manier naar schrijven/spreken/optreden kijken. Ik ben een jukebox: hoe meer kwartjes je erin gooit, hoe meer van mijn aanzienlijke collectie plaatjes ik kan draaien.

Niet. Ik gebruik deze woorden om aan te geven dat mijn trainingen een breed spectrum beslaan.

In dagelijks taalgebruik scheiden we vaak ‘spreken in het openbaar’ van ‘optreden’. Met ‘spreken’ (of ‘presenteren’) lijken we iets te bedoelen met een spreekgestoelte of powerpoint, terwijl we bij een ‘optreden’ (of ‘performance’) lijken te denken aan iets fysiekers, iets artistiekers, iets spannenders.

Ik hanteer die scheiding niet: alles is voor mij optreden. Of ik nu spreek of zing, mijn nichtjes voorlees, in de schouwburg sta, voor mijn studenten of op een congres. Als ik een sprekerstraining geef, gaat het dus niet alleen over het gebruik van je stem en je lijf en de indeling van je slides (allemaal belangrijk), maar ook over diepere vragen: wat doe je eigenlijk, als je die maandelijkse presentatie geeft, en waarom? Zou het ook anders kunnen? Zou je dat willen?

Een mooi voorbeeld hiervan geeft acteur en comedian Eddy Murphy, die in een interview met collega Marc Maron uitlegt hoe legende Richard Pryor de standup blijvend veranderde. Vóór Pryor, vertelt Murphy, was standup op een kruk zitten en tien minuten grappen maken. Pryor ging een uur door, of langer; gebruikte het hele podium; sneed nieuwe onderwerpen aan. “Richard herstructureerde het hele ding (…) hij legde alles open.” (WTF podcast, rond 21m en 1u7m)

Nee. Dat doe ik niet meer. De ervaring leert dat mensen die een tekst van mij willen hebben, eigenlijk een ghostwriter zoeken, iemand die in hun hoofd kan kijken. Daar ben ik niet goed in. Ik kan op veel manieren schrijven, in veel verschillende stijlen. Maar wat ik ook maak, er hangt altijd een onmiskenbaar Merel Boers™ luchtje aan.

Daarom leer ik mensen veel liever hoe ze zelf zich makkelijker en vrijer kunnen uitdrukken. Het geeft me ongelofelijk veel plezier en voldoening als ik mijn kennis en vaardigheden kan delen.

1FQVN
beeld: detail van Looney Tunes tekenfilm-achtergrond