De achterkant van het borduurwerkje

“Onuitgelegd maakt onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar voor bezuinigingen.” Dit schreef collega-historicus Jona Lendering in NRC over “de sloop van de geesteswetenschappen” (14 juni 2021). Een van de oorzaken van die sloop, schrijft Lendering, “is dat men zich onvoldoende uitlegt (…). Vooral de uitleg van de methoden en het wetenschappelijk proces laat te wensen over.” Ik ben het helemaal met hem eens. Wij geesteswetenschappers delen te weinig van de achterkant van het borduurwerkje: hoe we dingen doen en waarom. En ook, in mijn ogen: wat er mis gaat, welke wegen doodlopen. Als je geen antwoord op je vraag krijgt is dat óók een onderzoeksresultaat.

Ik heb de afgelopen vijf jaar op een kunstacademie gewerkt, waar ik studenten de beginselen van onderzoek probeerde bij te brengen. Het mooie van wetenschap uitleggen in een niet-wetenschappelijke omgeving, is dat je gedwongen wordt om na te denken over de kern van wat je doet als wetenschapper, over fundamentele kwesties: waarom doen we het zo? Kan het ook anders? Zo niet, waarom niet? Ik vind nadenken over het waarom en hoe van de wetenschap minstens zo leuk als het onderzoek zelf. Als ik een borduurwerkje in handen krijg, draai ik het meteen om.

Na vijf jaar is het tijd om me op andere zaken te richten; lesgeven heeft er een handje van al je tijd op te eten. Als afscheidsgeschenk voor mijn studenten en collega’s, en omdat ik me aangesproken voel door Lenderings pleidooi, schrijf ik de komende tijd een aantal stukken over de achterkant van het borduurwerkje. Te beginnen met een stuk over digitalisering en geschiedschrijving: wat je niet ziet, bestaat niet.

beeld: detail van de achterkant van een borduurwerk van mijn oudtante