Troebel

Een tijdje geleden schreef ik over de film Inglourious Basterds, over de discussie of zo’n film wel ‘mag’. Regisseur Tarantino parodieert het filmcliché van uitzinnig geweld in Naam van het Goede. Hij speelt dus niet met echte geschiedenis, maar met filmgeschiedenis. Ik heb me kostelijk geamuseerd met de Basterds. Dat generaties die dichter bij de oorlog staan afkeer kunnen voelen van zo’n film, kan ik me ook voorstellen.

Steven de Jong, blogger bij NRC Handelsblad en even oud als ik, vindt de Basterds geen parodie op de WOII-filmclichés, maar op films waarin ‘de Duitser’ een menselijk gezicht krijgt. ‘Films die het zwart-wit beeld vertroebelen’, schrijft hij. Als geslaagde voorbeelden noemt hij o.a. Schindler’s List, Zwartboek, Der Untergang. Ach Steven jongen, was de wereld maar zo eenvoudig.

Want deze films kiezen het perspectief van ‘schone’ mensen waar we ons veilig mee kunnen identificeren. Mensen die persoonlijke risico’s nemen, zoals Schindler. Mensen die een ondergeschikt taakje uitvoeren, zoals Traudl Junge, de secretaresse van Hitler. Hanna Schmitz, de kampbewaakster uit The Reader (ook geprezen als zo’n ‘vertroebelende’ oorlogsfilm), krijgt de schuld van iets wat ze niet heeft gedaan. Wat ze wel heeft gedaan, blijft buiten beeld. Die andere kampbewaaksters, die waren pas erg. Niks vertroebeling: we staan nog steeds veilig aan de ‘goede’ kant.

Dit is mijn laatste column voor next. Ik wil u bedanken voor het met mij meedenken. Wees zo dapper om het kwaad in uzelf te zien.

nrc.next, 30 september 2009

beeld: Claude Monet, De Japanse Brug, omstreeks 1922
Monet had last van staar. Hij klaagde dat het hem hinderde in zijn werk: zijn perceptie van kleur en vorm veranderde.
Deze troebele blik op het Japanse bruggetje in zijn tuin schilderde hij waarschijnlijk vóórdat hij aan staar geopereerd werd.