Taal in tijden van corona: Nederlands als cadeau

Een student mailt: ze is veilig aangekomen thuis, waar ze nu in quarantaine zit. Thuis is Zuid Korea, waar de omgang met COVID-19 (aka SARS 2, aka Het Coronavirus) nogal dramatisch verschilt van de aanpak hier. Uit de mail blijkt hoe onveilig ze zich gevoeld heeft in Nederland, in de weken voordat ze naar huis kon. Toen het virus nog ‘Chinees’ was, hoorde ze geruchten over racistische incidenten, gericht tegen mensen met een Aziatisch uiterlijk. Toen het virus hier voet aan wal gezet had, volgde Rutte’s “groepsimmuniteit.”

Rutte is wereldberoemd nu. “Is dit de Nederlandse strategie?” appt een collega, ook een expat. Ze stuurt een bericht door uit de Süddeutsche Zeitung: Rutte rudert zurück: alles nur ein Missverständnis? Zelfs deze Duitse kwaliteitskrant legt niet goed uit wat het verschil is tussen de route van het RIVM, en de verkeerde interpretatie van Rutte. Wat blijft hangen is het citaat, niet de nuancering. Nederlanders zijn ijskoude kikkers, die het virus expres laten woekeren en zo dobbelen met mensenlevens.

Een Franse expat-collega belt na iedere aanscherping van de virus-regels even om te checken: begrijp ik het nu goed? Vaak is dat niet zo. Informatie van de overheid is pas later in het Engels beschikbaar. En soms worden regels verkeerd gecommuniceerd: nee, sorry, je mag wél met meer dan drie mensen buiten samenkomen, als je maar 1,5 meter afstand houdt. (We kunnen een voorbeeld nemen aan de IJslandse corona-website: kraakheldere communicatie in 9 talen, waaronder perfect Engels.)

Wat deze mensen delen is dat ze in Nederland wonen, maar (nog) geen vloeiend Nederlands spreken. In tijden van corona blijkt dat een forse handicap. Er komt een schep onduidelijkheid bovenop de onrust en angst die er al is.

***

Onze omgang met het Nederlands is schizofreen. Aan de ene kant zijn we trots dat we bij de exclusieve club horen die ‘Scheveningen’ correct kan uitspreken (ha!). Aan de andere kant lijken we ons te schamen voor ons ‘lelijke’ taaltje. We staan ons graag voor op onze kennis van andere talen (we have subtitles in Holland you know). En we zijn ervan overtuigd dat we nagenoeg vloeiend Engels spreken. Daarmee maken we het behoorlijk lastig voor mensen om te oefenen met Nederlands.

Om een taal te leren moet je je opstellen als een klein kind, dat onhandige, ‘schattige’ fouten maakt en duizend vragen stelt. Idealiter zou je mensen helpen zich op hun gemak te voelen in die ‘kinderachtige’ rol. In plaats daarvan schieten we in het Engels bij het minste teken van een buitenlands accent. Dat voelt een stuk behulpzamer. Want wie ben ik om mijn kleine taaltje op te leggen aan een ander? Wat heeft die eraan?

En soms zijn wij Nederlanders nog minder behulpzaam. Dan bieden we dat Engels niet eens aan.

***

Als een Duitse kennis een vriend wordt, krijg je het Du aangeboden. Een dierbaar moment. In het Frans kun je heel democratisch besluiten tot tutoyeren. In het meertalige Brussel leven Vlamingen en Walen op gespannen voet met elkaar. Maar ook hier kan opeens het Nederlands elegant aangeboden worden, met een tweetalige groet: Goeiedag bonjour… Daarmee geeft je gesprekspartner aan dat ze je in beide talen kan tegemoet kan treden.

Ik spreek alleen maar Engels met mijn studenten en expat-collega’s. En ik weet dan ook niet, in hoeverre zij zich kunnen redden in het Nederlands. Ik zie vrienden, kennissen en collega’s in het duister tasten in een moeilijke tijd en besef: ik wil mijn taal graag delen. Vanaf nu stap ik over mijn eigen schroom heen en bied éérst mijn Nederlands aan. Open, geduldig en geïnteresseerd. Mijn taal is een cadeau.

 

31 maart 2020

beeld: Dr. J.W.J. de Laive tijdens zijn afscheid als 1e chirurg van het Diakonessenhuis (Bosboomstraat 1) te Utrecht, omringd door enkele zusters, die de scheidende dokter en zijn vrouw een set ligstoelen aangeboden hebben. Het Utrechts Archief
fotograaf H.L. Hofland, 27 april 1967